Tot zestig jaar geleden was Nepal gesloten voor zendelingen. Vandaag de dag is evangeliseren verboden en worden christenen weliswaar gedoogd, maar ze worden gezien als buitenstaanders. Ramila Karmacharya, regiostrateeg Azië bij Woord en Daad, kwam veertig jaar geleden op jonge leeftijd tot geloof. Ze is een eerstegeneratiegelovige. ‘Christus kwam in mijn leven toen ik nog een kind was. Gelukkig kwamen mijn ouders rond dezelfde tijd ook tot geloof. Mensen in Nepal zien het christendom als een religie voor mensen uit een lage kaste, maar met Christus is mijn leven buitengewoon.’
Geloof is voor Ramila het belangrijkste in haar leven. ‘Mijn geloof inspireert mij om dienend leiderschap te tonen (Mattheüs 20:26-28), anderen te helpen (Markus 10:45), nederig te blijven (Filippenzen 2:3), mij te richten op de dingen van boven (Kolossenzen 3:2) en te vertrouwen op Gods leiding in plaats van op mijn eigen kennis en ervaring (Spreuken 3:5-6). Onze voornaamste taak is om God te dienen en daarna om de armen en kwetsbaren te helpen.’
Makkelijk is het niet. De omstandigheden in Nepal kunnen soms ook overweldigend zijn. Dan mag Ramila zich vasthouden aan 2 Korinthe 12:9: ‘Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.’ ‘Gods genade is genoeg voor ons; dat geeft kracht om door te gaan’, zegt Ramila. Deze trouw en genade van God ziet ze in haar dagelijks werk. Ze deelt het verhaal van een achtjarige jongen die zijn moeder jong verloor. Zijn vader hertrouwde en de jongen voelde zich ongezien in de nieuwe gezinssituatie. Hij kreeg niet de aandacht die hij als kind nodig heeft en verdient. ‘Door het sponsorprogramma krijgt hij steun en aandacht. Zijn leraren kennen zijn situatie. Samen geven we hem de hoop die hij nodig heeft om verder te groeien. Ik zie hierin Gods trouw en werk.’
‘Onze voornaamste taak is om God te dienen
en daarna om de armen en kwetsbaren te helpen.’
‘God liefhebben boven alles en onze naasten als onszelf’ is het grootste gebod in de Bijbel. Dit vraagt om een dagelijkse keuze en herinnering voor onszelf. Ramila: ‘Wees eerst nederig en kijk eens naar jezelf. Zie hoe onwaardig je bent. Ik heb Jezus in mijn leven, maar nog steeds heb ik ook verlangens van het vlees. Toch houdt God onvoorwaardelijk van ons. Omdat ik die liefde mag ervaren, moet ik diezelfde genade aan anderen geven. Dat kan ik niet uit eigen kracht, maar alleen vanwege de liefde van Christus.’


