“Onze ouders en grootouders verbouwden ooit fonio als basisvoedsel. Het was onze trots en onze reddingsboei, met name in moeilijke jaren”, herinnert Suzanne Labedigra uit Tsjaad zich. Toch raakte de teelt van deze kleine graansoort in verval. Op steeds minder velden in het zuiden van Tsjaad verbouwden boeren fonio.
Toen Tsjaad een Franse kolonie was, bepaalden kolonisten welke gewassen er verbouwd werden. Zij kozen vooral voor gewassen voor de Europese markt. Sinds de onafhankelijkheid kozen boeren vaker voor rijst, omdat die makkelijker te verwerken is. Zo verdween de kennis over fonio naar de achtergrond. Voor de mensen in Tsjaad is fonio een verzamelnaam voor meerdere kleine graansoorten. Al deze granen zijn een bron van voedingsstoffen, vitaminen en mineralen.
‘Tijdens hongersnoden hield
fonio onze familie in leven’
“Ik herinner me de smaak van fonio, van de pap, couscous en boule die we ervan maakten”, vertelt Suzanne. “Tijdens hongersnoden hield fonio onze familie in leven.” Het graan groeit in droge omstandigheden, is resistent tegen veel ziektes en kan zeker vijf jaar bewaard worden.
Samen met partnerorganisaties stimuleert Woord en Daad boeren om fonio te verbouwen. In een kleine, donkere schuur laat Suzanne de oogst zien. Grote zakken vol met iets dat lijkt op zandkorrels. Ze is voorzitter van de boerengroep in het dorp. “De trainingen herinnerde ons aan wat we verloren hadden en weer terug konden winnen. We zijn trots dat er weer fonio op onze velden groeit. De fonioteelt verbindt ons met ons verleden en geeft ons hoop voor de toekomst.”




